Uitgelicht

Landbouwverslagen Sliedrecht 19e eeuw

door Zwanie Erkelens-Aanen

In het kader “bewust gezocht, toevallig gevonden” is door mij een klein deel van het archief over Sliedrecht in het Regionaal Archief Dordrecht doorzocht: landbouwverslagen. Van een aantal jaren heb ik deze verslagen volledig of gedeeltelijk gefotografeerd en daarna getranscribeerd: het betreft de jaren 1826 t/m 1830, 1839 t/m 1843, 1850 t/m 1866, 1868 t/m 1872, 1822, 1885, 1890, 1894, 1895, 1897, 1899, 1906 t/m 1912. In deze landbouwverslagen vinden we beschrijvingen omtrent de veeteelt, landbouw, tuinbouw en houtteelt. Deze transcriptie kunt u vinden in onze studieruimte.

In deze uitgave staan de landbouw activiteiten in Sliedrecht gedurende de periode 1826-1912 centraal: de lokale voedselproductie in een lokale economie. De landbouw werd in deze periode nog bedreven zoals in de voorgaande eeuwen. In de laatste jaren (omstreeks v.a. 1900) komen traag een paar nieuwe ontwikkelingen op maar dan nog wel heel langzaam. Nieuwe inzichten en concepten over het voedselproductieproces komen lokaal traag tot stand; die komen pas goed op gang in de loop van de 20e eeuw.

In deze 19e eeuw werd van overheidswege geëist dat lokale gemeenten opgaven deden van de stand van zaken met betrekking tot landbouw, veeteelt, tuinbouw e.d. Ook in Sliedrecht werden deze opgaven opgesteld en opgestuurd. Van vele jaren zijn deze ook in het archief nog terug te vinden. Met name die verslagen die vergezeld zijn van de plaatselijke tellingen c.q. concepten zijn bijzonder interessant. Niet alleen kunnen we hier de plaatselijke ontwikkelingen op landbouwterrein volgen maar ook genealogisch gezien zijn deze gegevens interessant. In en van bepaalde jaren zijn lijsten bewaard gebleven, waarop namen, soms met adressen, soms met beroepen, genoteerd zijn met het aantal stuks koeien, varkens, schapen, kippen, e.d. Daarnaast is ook aangegeven wat er op landbouw gebied verbouwd werd (en soms door wie, hoeveel, en welke gewassen).

In het algemeen was Sliedrecht in die periode nog een zeer agrarisch dorp dat zich vooral toelegde op de veeteelt. Veruit het meeste land werd gebruikt voor gras- en hooiland. Daarnaast werd wel iets aan landbouw (telen van gewassen) gedaan maar dan weer hoofdzakelijk voor eigen gebruik (bijv. aardappelen, zowel aan de noord- als zuidzijde van de rivier De Merwede). In de landbouwverslagen lezen we ook van de invloeden op de landbouw, zowel gunstig als ongunstig. Vermeld werden bijv. de weersomstandigheden (natte perioden, vroege vorst, e.d.), de (internationale) handel en prijzen, ziekten (mond-en-klauwzeer, longziekte), ongedierte (muizen, ratten, rupsen). Mensen met een boerenhart zullen deze verslagen met veel plezier lezen. Van harte aanbevolen!

Sliedrechtse roomboterfabriek.

Door Zwanie-Erkelens Aanen

In de “Landbouwverslagen van Sliedrecht 19e eeuw” (1826-1912) wordt een overzicht gegeven van landbouw activiteiten (veeteelt, landbouw, tuinbouw en houtteelt) in Sliedrecht. Daarin komen we o.a. ook tegen dat Sliedrecht een roomboterfabriek heeft gehad. De eerste vermelding is van 1896. Deze vermelding betreft het feit dat een centrifuge overgegaan was “in handen van eenen landbouwer (boer)”. Deze heeft de centrifuge “in het werk gesteld in eene fabriek”. Het gaat hier om een melkcentrifuge (roomafscheider) op handkracht.
In het algemeen was Sliedrecht in 1896 nog een zeer agrarisch dorp dat zich nog steeds vooral toelegde op de veeteelt. Veruit het meeste land werd gebruikt voor gras- en hooiland. Daarnaast werd wel iets aan landbouw (telen van gewassen) gedaan maar dan weer hoofdzakelijk voor eigen gebruik. In Sliedrecht werd de “volle (niet ontroomde) melk hoofdzakelijk gebruikt voor kaasmakerij, boterbereiding, kalvermesten en verkoop aan particulieren in de eigen gemeente en aan boter- en margarinefabrieken”.

Doorsnede van een grote machinale roomboterfabriek, omstreeks 1890: ‘De melkkannen B worden van de wagen A naar de bascule gedragen en de melk in het vat C gestort en gewogen. Daarna laat men ze in het vat D lopen en verder door de buis D en de voorwarmer E in de centrifuge F. Door de stijgbuis G gaat de room in den schuimvanger H, doorloopt het pasteuriseertoestel I en de koeler J en komt zo door de goot J in de roomtonnen K, in een ander vertrek staande, om, na zuur geworden te zijn, in O gekarnd te worden. De afgeroomde melk gaat door de stijgbuis L en de goot L in den schuimvanger M en van hier door het pasteuriseertoestel N en den koeler O in het vat P, om na in de kannen R op de bascule S te zijn gewogen, weer aan de leveranciers te worden afgegeven.’ Uit het “Handboek voor den Nederlandschen Landbouw en de Veeteelt, 3e deel, 1895”.

Albers Margarinefabriek 1890 en Reclame affiche

De uitvinding van margarine (botersubstituut) bracht een omwenteling teweeg. Het was ontwikkeld
door de Fransman Hyppolyte Mège Mouriès in opdracht van keizer Napoleon III. In Nederland startte
men in 1871 met het produceren van margarine. In 1872 was een bescheiden begin gemaakt met de
productie van margarine. Hoewel het nog een gebrekkig product was, werd de margarine vanwege
schaarste van boter tegen een goede prijs verkocht. Simon van den Bergh (1819-1907), een Joodse
zakenman uit Brabant, verhuisde in 1891 met het bedrijf van Oss naar Rotterdam. Later werkten de
nazaten van Simon van den Bergh samen met de oorspronkelijke aartsrivaal Jurgens. In 1927 fuseerden
de beide margarinefabrikanten in de Margarine-Unie. Weer twee jaar later werd uit het samengaan
met het Britse Lever Brothers Unilever geboren, nu een van de grootste multinationals ter wereld.
In 1897 werd 180.000 liter melk verwerkt in deze boterfabriek; er werd 5850 kg. boter gemaakt.
Eigenaar van de boterfabriek is J. Prins AJz. en het adres is B214. Al in dit jaar 1897 wordt melding
gemaakt dat de productie van boter en kaas op de boerderijen minder wordt door meer leveringen
van melk aan de margarinefabrieken. De handel was in dat jaar niet gunstig. Oorzaak daarvan waren
de gesloten grenzen met Duitsland en België door mond-en-klauwzeer.
Er werd toen gerekend met gemiddeld 3000 liter melk per koe per jaar. Sliedrecht had toen 894 koeien,
dus de totale melkproductie was 894 x 3000 = 2.682.000 liter.
Daarvan ging naar de roomboterfabriek van J. Prins A.J.zn. te Sliedrecht …. 180.000 (d.i. 6,7%)
Voor het mesten van kalver was gebruikt …………………………………………………….….30.000
Voor eigen verbruik en verkoop aan partikulieren ………………………………………… 872.000
Voor het maken van 6825 kg. boter ………………………………………………………………. 210.000
Voor het maken van 45.000 kg. vette kaas ………..…………………………………………. 450.000
De rest ging naar de margarinefabrieken: S. van den Berg te Rotterdam …… 790.000
naar W.J. Albers te Dordrecht … 150.000
In datzelfde jaar lezen we ook: “Eén van mijne adviseurs verzendt als tusschenpersoon voor
verschillende leveranciers uit de geheele Alblasserwaard, aan deze fabriek meer dan 20.000 L. per dag.
Deze adviseur deelt mede, dat de fabriek, alles te samen, gemiddeld 60.000 à 100.000 Liters per dag
ontvangt. Deze melk wordt echter voor een groot deel ook gebezigd voor de vervaardiging van
gecondenseerde melk”. Deze tussenpersoon is hoogstwaarschijnlijk ook Jan Prins AJz. Deze
veronderstelling is gebaseerd op het feit dat Jan Prins betrokken is bij de samenstelling van de
landbouwverslagen en dat hij (v.a. 1904) vermeld staat in het “telefoonboek” als melkhandelaar.
In 1898 hebben de Sliedrechtse veehouders in totaal 952 koeien. Van de totale melkproductie van
2.856.000 liters worden 200.000 liters verwerkt in de Roomboterfabriek van Prins (= 7,0%). Daarvan is
7100 kg. boter gemaakt. Er is sprake van een betere opbrengst aan boter; dat is het gevolg “van eene
kleine verbetering aan de centrifuge der fabriek”. Er is 28 liter melk nodig voor 1 kg. roomboter. De
handel is verbeterd door uitvoer naar Spanje en België. In 1899 is de melkcentrifuge, “gedreven door
handenkracht” nog in werking.
In 1906 blijkt dat de roomboterfabriek in Sliedrecht “met stoomkracht” is geworden. Eigenaar en
bestuurder is nog steeds J. Prins AJzn. In 1907 en 1908 wordt gesproken over “Eene inrichting tot het
pasteuriseeren van koemelk” op stoomkracht. In het landbouwverslag over 1909 wordt daaraan
toegevoegd: “deze inrichting heeft in den loop van het jaar opgehouden te bestaan”. In 1910 wordt
genoteerd: “deze fabriek heeft dit jaar niet gewerkt”. In 1911 en 1912 wordt helemaal geen melding
meer gemaakt van het bestaan van deze fabriek zodat we wel mogen concluderen dat de
roomboterfabriek in Sliedrecht heeft gefunctioneerd van 1896 t/m 1909. De stichting van een
zuivelfabriek in 1908 in Bleskensgraaf is daar waarschijnlijk mede debet aan.
Er is uiteraard nog veel meer te vertellen van boter- en kaasbereiding op de boerderijen en in de eerste
fabrieken. Een lezenswaardig boek is Geschiedenis van de techniek in Nederland. De Wording van een
moderne samenleving 1800-1890. Deel 1 (1992). H.W. Lintsen. Techniek en modernisering. Landbouw
en voeding. Ook de website zuivelfabrieken.nl/zuid-holland is erg leuk om te bekijken.

.
Wie was Jan Prins AJz., de oprichter, eigenaar en bestuurder van deze enige Sliedrechtse roomboterfabriek?
Hier volgen de genealogische gegevens:
Jan Prins, geb. 02-03-1858 te Sliedrecht, zoon van Aderjanus Jozinus Prins (1832-1915) en Dirkje de
Bruin (1829-1869), overl. 16-02-1924 en begr. 19-02-1924 te Sliedrecht, bouwman, landbouwer,
veehouder. Hij huwde 12-04-1877 te Sliedrecht met Arina Muijlwijk, geb. 02-09-1855 te Sliedrecht,
dochter van Jasper Muijlwijk en Bastiaantje Korevaar, overl. 20-07-1914 en begr. 23-07-1914 te
Sliedrecht. Jan Prins huwde 2e op 14-12-1916 te Rotterdam met Neeltje Poot, geb. 30-03-1863 te
Delfshaven, overl. 12-03-1946 te Rotterdam, d.v. Arie Poot & Maartje van Schie, weduwe van Matthijs
van Gaalen (1855-1895).
Uit het 1e huwelijk:
 Dirkje, geb. 12-12-1877 Sliedrecht, overl. 19-12-1924 Sliedrecht, tr. 12-02-1897 te Sliedrecht
met Kornelis Broere, z.v. Maurits Broere & Marigje Ooms.
 Jasper, geb. 19-01-1880 Sliedrecht, overl. 22-05-1903 te Sliedrecht.
 Adrianus Jozienus Prins, geb. 23-06-1881 Sliedrecht, overl. 20-02-1945 te Sliedrecht, tr. te
Sliedrecht 31-03-1910 met Maria Dirksje Vink, d.v. Hendrik Vink & Geertje van Rees.
 Arie, geb. 05-12-1883, tr. 23-05-1912 te ’s Gravendeel met Cornelia Wilhelmina Visser, d.v.
Melis Visser & Maria Noteboom.
 Bastiaantje, geb. 16-01-1885 te Sliedrecht, tr. 18-06-1908 te Sliedrecht met Tijs Wouter Volker,
z.v. Tijs Volker & Woutrina Adriana Schram.
 Jan, geb. 07-04-1887 te Sliedrecht, overl. 12-02-1972, begr. te Werkendam, tr. 1e 21-06-1917
te Schore (Zld) Adriana Glerum (1888-1925), d.v. Cornelis Glerum & Janna van Koeveringe, en
tr. 2e 21-10-1926 te Rilland-Bath met Elizabeth Johanna Blok, d.v. Adriaan Blok & Elizabeth
Johanna Wabeke.
 Jacoba Cornelia, geb. 18-06-1889 Sliedrecht, overl. 16-06-1949 te Rotterdam, tr. 20-04-1911
te Sliedrecht met Huig Zuiderent, z.v. Bastiaan Zuiderent & Grietje de Geus.
 Cornelia Jacoba, geb. 16-11-1891 te Sliedrecht, overl. 12-03-1929 te Sliedrecht.
 Arinus, geb. 06-06-1893 Sliedrecht
 Adriaan, geb. 02-12-1898 te Sliedrecht, overl. 15-03-1994, tr. 17-08-1933 te Alblasserdam met
Bastiaantje Baan (1903-1977), d.v. Arie Baan & Aaltje van den Berg.
 Annigje Arina, geb. 29-12-1894 te Sliedrecht, tr. 19-11-1914 te Sliedrecht met Hendrik Dongen,
z.v. Jan Teunis Dongen & Hillegonda Cornelia van der Vlies.
 Maria, geb. 12-07-1896 te Sliedrecht, tr. 05-06-1919 te Sliedrecht met Gijsbert Wouter Adriaan
Visser, z.v. Pieter Visser & Christina Volker.
.

Jan Prins AJz. was bouwman, landbouwer, veehouder te Sliedrecht.
In het landbouwverslag over 1898 zien we dat hij genoemd wordt in een lijst van gezinnen waarin
“zes of meer koeien werden gemolken”; hij wordt daarin genoemd op het adres B214. In deze lijst
is een “P” vermeld achter zijn naam: pachter (en geen “E” = eigenaar). In een overzicht per wijk
(in zijn geval, wijk B) wordt bij hem vermeld dat hij 65 HA land in gebruik heeft, waarvan 4 HA in
eigendom en 61 HA in pacht. In het landbouwverslag over 1910 zien we J. Prins AJz. vermeld staan
(direct vermeld na zijn vader, A.J. Prins Jz., ook veehouder!) met 9 HA eigen grond en 160HA
gepacht land. Hij is hiermee (zowel in 1898 als in 1910) de grootste landgebruiker in Sliedrecht. Hij
heeft in 1910 tien (werk)paarden, waarvan zes ouder dan 3 jaar; 3 springstieren (beren); 55 melken
kalfkoeien, 29 stuks jong vee, waarvan 15 ouder dan 1 jaar; 10 kippen. Een zeer grote boer. Zijn
broer Adriaan steekt er ook bovenuit: hij heeft 36 koeien en is daarmee de op één na grootste
veehouder van het dorp.
De meermaals geciteerde landbouwverslagen werden opgemaakt in Sliedrecht en ondertekend
door de burgemeester. De gegevens werden aangedragen/gecontroleerd door een zgn. Commissie
van Bijstand. Jan Prins AJz. maakte daarvan deel uit (wordt als zodanig vermeld in 1897, 1906,
1907, 1908, 1909), samen met de heren J.A. Stijnis en W. Visscher.
In de “Lijst der Kiezers van Leden van de Provinciale Staten in de gemeente Sliedrecht” komen we
Jan Prins AJz. tegen op het adres B214. Deze lijst is van 13-03-1896 en o.a. ondertekend door
burgemeester IJpeij. In 1919/1920 woont Jan Prins AJz. nog steeds op het adres B214. Dat is dan
ook het adres van zijn zoon Arinus. Ook in de allereerste “telefoonboeken” van Sliedrecht (1904-
1921) komen we J. Prins AJz. op dat adres tegen. Hij heeft telefoonnummer 42 en hij staat vermeld
als Landbouwer, Boterfabrikant en melkhandelaar. In 1922 wordt hij niet meer vermeld.

Onze nieuwe studieruimte in de nieuwbouw van het Sliedrechts Museum 

Achterzijde van het museum met links het oude Raadhuis, tevens ingang tot onze studieruimte

De officiële opening van het Sliedrechts Museum 2.0 was op vrijdag 5 juli 2019.

Na een welkom door A. van Willigen namens het Sliedrechts Museum heeft voorzitter van de Vereniging “De Stamboom” Zwanie Erkelens een boeiende speech gehouden en vervolgens het geschilderde portret van Pieter Visser Azn onthuld. Hij hangt er keurig bij in de ruime en statige Raadzaal waar hij als wethouder gefunctioneerd heeft.

Geshilderd portret P. Visser Azn.

Dit portret van Wethouder P. Visser Azn is na restauratie geschonken aan het Sliedrechts Museum, waarvan het oudste gedeelte (links op de foto) het voormalig raadhuis van Sliedrecht is en gebouwd werd tijdens zijn wethouderschap

De Raadzaal is geschikt voor lezingen en cursussen, en er kan getrouwd worden!