Uitgelicht

Onderstaand artikel komt uit de inleiding van deel 30 van de serie “Sliedrecht 1716-1810”

Weren Niemandsvriend
In transport akten worden de verkopen van huizen, erf, land (wei-, hooi-, bouw- en griendland) vermeld: de koper(s) en verkoper(s) worden genoemd en uiteraard de prijs waarvoor het verkocht is. Verder kunnen we het getransporteerde/verkochte traceren; vaak wordt nl. het weer vermeld waarin het is gelegen of staat.
Sliedrecht als geheel kende 99 weren (van oost naar west). Er waren 3 ambachtsheerlijkheden: Naaldwijk, Sliedrecht/Lockhorst en Niemandsvriend.
Naaldwijk kende 49 weren (1 t/m 49), Sliedrecht (of Lockhorst-oost) kende 27 weren (50 t/m 76), Sliedrecht (Lockhorst-west) kende 10 weren (90 t/m 99) en Niemandsvriend had 13 weren (77 t/m 89). Duidelijk is meteen dat Naaldwijk de grootste was en Niemandsvriend de kleinste. De oostgrens van Niemandsvriend was de Tolsteeg (ligt dus tussen weer 76 en weer 77).

De weren in Niemandsvriend waren:
Nr. 77 – Blijenburghsweer
Nr. 78 – Boudewijn Koningsweer
Nr. 79 – Albert Gerritseweer
Nr. 80 – Dorlandsweer of Elisabeth Dirksweer
Nr. 81 – Smalweer of Arie Bastiaanseweer
Nr. 82 – Molshoefweer
Nr. 83 – Jan Groeneweer
Nr. 84 – Leenweer of Heer van der Burgsweer
Nr. 85 – Jan Cornelisseweer of Coksiesweer (vernoemd naar Ds. Jacobus Coxius)
Nr. 86 – Bastiaan Cornelisse Baneweer
Nr. 87 – Teunis Pleunenweer
Nr. 88 – Wezenweer (Wezen tot Dordrecht)
Nr. 89 – Reinenweer

Inwoners van Sliedrecht herkennen in bovenstaand staatje verschillende straatnamen in de Werenbuurt: resp. Blijenburghsweer, Koningsweer, Dorlandsweer, Smalweer, Molshoefweer, Groenenweer, Baaneweer, Reinenweer. Zo heeft het kleine Niemandsvriend toch nog een stempel gezet op het straatnamenbeleid in Sliedrecht.

Alle genoemde weren in Niemandsvriend komen voor in dit archiefdeel. Er kan ook veel gebeuren in 50 jaar! Zo komen we niet alleen verkopen tegen maar ook hypotheken en nalatenschappen. Het alfabetisch register (achterin) laat ook zien dat heel veel mensen betrokken geweest zijn bij deze acten in Niemandsvriend.

In vroeger tijd vermeldde men dus voor de plaatsbepaling de namen van de weren. Een weer is een strook land tussen twee sloten: in Sliedrecht (en ook elders) is dit bij de ontginning reeds vorm gegeven. De weren liggen hier min of meer haaks op de (rivier-)dijk. Later, en dat zien we in o.a. in dit archiefdeel, gaat men nummers gebruiken. Deze kwamen uit het Quohier der Verponding. Weer later, maar zijn we weer 50 jaar verder, worden het kadasternummers.

Hoe zag het er uit?

Hoe zag Niemandsvriend eruit in de 2e helft van de 18e eeuw? Zoals hierboven al vastgesteld was Niemandsvriend (naam wordt verklaard vanwege de tol die er ooit in de Middeleeuwen is geheven) de kleinste van de drie heerlijkheden maar daarom niet onbelangrijk of niet bezienswaardig. Het mooie is dat we heden ten dage nog steeds de Tolsteeg herkennen en af kunnen (fietsen of wandelen) hoewel we dan niet meer rechtstreeks in Wijngaarden komen. De A15 gaat er dwars doorheen! Als we al wandelend op de dijk vanaf de Tolsteeg westwaarts wandelen (richting Papendrecht) dan komen we al gauw bij “den Engel” of Engelenburg (in weer 78), het huidige Baanhoek 137-143 in het volgende weer (79) stond een huis met daarnaast het zgn. wachthuisje met daar ten westen van een grote tuin en boomgaard met een tuinhuisje. Weer een weer verder (80) was de zgn. Kikkersteegt en daarvoor huize Blijenburgh. Iets het land in was een lijnbaan gelegen (achter het huis van Cornelis Eeuwitsz. Visser (alias Bisschop), tussen 1782-1788 werd op die streep land een nieuw huis gebouwd. In het 85e weer stond een kapitale hofstee, bestaande uit een herenhuis, een boerenhuis, schuur en wagenkeet met een grote boomgaard met fruitbomen, lanen met beplanting, zaai-, wei-, en hooiland. Als we de omschrijvingen van tuinen, boomgaarden, bomen (fruitbomen, appelbomen, wilgen, enz.) goed lezen, wordt ons een groen beeld van deze buurt getekend: er was nog nauwelijks sprake van buitendijkse bebouwing dus met veel meer uitzicht op de Merwede dan tegenwoordig, overigens een rivier met zeilschepen en visserij. Niemandsvriend was ook de plaats waar het stapelrecht was. Het buitendijkse land werd wel gebruikt: voor laden en lossen van schepen, voor het halen van water, enz.

Uiteraard zijn alle tot nu toe gereedgekomen delen in te zien in onze studieruimte.